AHI-scores bij slaapapneu begrijpen | Resmed Nederland
Wat kunnen we voor u vinden?
Zoek naar maskers, apparaten, accessoires...

Wat betekent je AHI-score? Inzicht in de ernst van slaapapneu

In dit artikel

    Belangrijkste punten:

    • De AHI (apneu-hypopneu-index) meet hoe vaak de ademhaling per uur slaap vertraagt of stopt – een belangrijke aanwijzing voor de ernst van slaapapneu.1,2
    • Een AHI-score lager dan 5 wordt als normaal beschouwd, 5-15 wijst op milde slaapapneu, 15-30 op matige slaapapneu en 30 of hoger op ernstige slaapapneu.
    • Artsen gebruiken de AHI samen met andere factoren – zoals zuurstofwaarden, symptomen en de algehele gezondheid – voor het opstellen van een behandelplan.23
    • CPAP-therapie, mondapparaten en veranderingen in de leefstijl kunnen allemaal helpen om je AHI te verlagen en je slaapkwaliteit te verbeteren.16,18,22

    Slaaponderzoeken geven inzicht in wat er in je lichaam gebeurt terwijl je slaapt. Een van de belangrijkste metingen is de apneu-hypopneu-index (AHI). Die kan variëren van 0 tot meer dan 30. De AHI geeft aan hoe vaak de ademhaling gemiddeld wordt onderbroken tijdens één uur slaap en helpt artsen slaapapneu en de ernst ervan te bepalen. Dit artikel legt uit wat de AHI-score betekent en hoe artsen die kunnen gebruiken om behandelopties te bepalen.23

    AHI en slaapapneu begrijpen

    De AHI wordt gebruikt om slaapapneu vast te stellen, maar het is niet de enige factor. Slaapspecialisten kijken ook naar zuurstofwaarden, symptomen en de algehele gezondheid.23

    Wat is de apneu-hypopneu-index (AHI)?

    De AHI geeft het gemiddelde aantal ademhalingsonderbrekingen per uur slaap weer. Deze onderbrekingen worden apneus of hypopneus genoemd:

    • Bij apneus stopt de luchtstroom 10 seconden of langer. De bovenste luchtweg sluit volledig af, waardoor er geen lucht in de longen komt.
    • Bij hypopneus neemt de luchtstroom 10 seconden of langer af, wat leidt tot oppervlakkige ademhaling. Hypopneus ontstaan door gedeeltelijke blokkades van de luchtwegen.

    Dr. Christian Guilleminault, onderzoeker aan de Stanford University, was een pionier in het vroege onderzoek naar slaapapneu. Aan het eind van de jaren 70 ontwikkelden hij en zijn collega’s een apneu-index (AI) om slaapapneu te helpen diagnosticeren en de ernst ervan vast te stellen. De AI telde het aantal apneus, oftewel volledige ademstops, per uur slaap.1 Onderzoekers pasten deze maatstaf later aan om ook rekening te houden met hypopneus en noemden het de apneu-hypopneu-index.

    De relatie tussen AHI en soorten slaapapneu

    Slaapapneu kan worden vastgesteld als een AHI-score vijf of meer ademhalingsonderbrekingen per uur laat zien die elk langer dan 10 seconden duren.3 Welk type slaapapneu bij iemand wordt vastgesteld, hangt af van de reden waarom de ademhaling stopt.

    Obstructief slaapapneu (OSA) is een aandoening waarbij de bovenste luchtweg tijdens de slaap herhaaldelijk geblokkeerd raakt. Deze blokkade kan de luchtstroom verminderen of volledig stoppen. OSA is de meest voorkomende vorm van slaapapneu.3

    Centraal slaapapneu (CSA) komt minder vaak voor. Het ontstaat wanneer de hersenen geen signalen sturen naar de spieren die de ademhaling regelen. Bij centraal slaapapneu ontstaan de meeste ademstops doordat het lichaam ‘vergeet’ te ademen, niet doordat iets de luchtweg blokkeert.4

    Complex slaapapneu (CompSA), ook wel treatment-emergent central sleep apnea (TECSA) genoemd, ontstaat wanneer iemand zowel obstructieve als centrale apneus heeft. In dat geval blijven centrale apneus bestaan of ontstaan ze tijdens een CPAP-behandeling.25

    Overzicht van de zwaartegraden van slaapapneu

    De apneu-hypopneu-index (AHI) wordt berekend door het totale aantal keren dat de ademhaling tijdens de slaap vertraagt of stopt (apneus en hypopneus) te delen door het totale aantal uren slaap. De score geeft het gemiddelde aantal ademhalingsgebeurtenissen per uur slaap weer en helpt om de ernst van de slaapapneu vast te stellen.

    Ernst van slaapapneu 

    AHI (gebeurtenissen per uur)

    Geen

    Minder dan 5

    Mild

    Tussen 5 en 15

    Matig

    Tussen 15 en 30

    Ernstig

    30 of hoger

     

    Deze indeling van slaapapneu geldt alleen voor volwassenen. Bij kinderen wordt een AHI van minder dan 1,5 meestal als normaal beschouwd.5

    Hoewel deze slaapapneutabel geldt voor zowel mannen als vrouwen, suggereert onderzoek dat vrouwen lagere AHI-scores en kortere ademstops hebben dan mannen.6 Dit verschil kan ertoe leiden dat slaapapneu bij vrouwen minder vaak wordt vastgesteld.

     to personer som går gjennom AHI-detaljer og betydning

    Hoe wordt de AHI geïnterpreteerd?

    Bij het interpreteren van onderzoeksresultaten voor slaapapneu is het belangrijk om te begrijpen hoe metingen zoals de AHI worden verzameld en gemeten.

    Hoe slaaponderzoeken de AHI meten

    Een slaaponderzoek is meer dan alleen een hulpmiddel om slaapapneu vast te stellen – het geeft een beter beeld van je gezondheid door informatie te verzamelen over bijvoorbeeld zuurstofwaarden, hartslag, hersengolven en ademhalingspatronen terwijl je slaapt.

    Slaaponderzoeken, ook wel slaaptesten genoemd, kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd, afhankelijk van wat je arts het meest geschikt vindt. Je arts kan een slaaponderzoek in een slaaplaboratorium aanbevelen als je een complexere medische voorgeschiedenis hebt en baat kunt hebben bij uitgebreide slaapmonitoring. Zulke slaaptesten worden meestal ’s nachts in een laboratorium uitgevoerd, waar een getrainde laborant je slaap kan volgen.7 Een andere mogelijkheid is een thuisslaaptest of TST. De TST verzamelt gegevens terwijl je in je eigen bed slaapt en stuurt die informatie naar je arts.

    Slaaponderzoek in een laboratorium met polysomnografie (PSG)

    Een slaaponderzoek in een laboratorium, ook wel een polysomnogram (PSG) genoemd, is een uitgebreide test waarbij hersengolven, het zuurstofgehalte in het bloed, de hartslag, de ademhalingsfrequentie en de bewegingen van ogen en ledematen worden gemeten. Hiermee wordt vastgesteld hoe vaak je per uur stopt met ademen of oppervlakkig ademt. Ook kunnen slaapstoornissen worden opgespoord. Je arts kan een slaaponderzoek in een laboratorium aanbevelen als je een complexere medische voorgeschiedenis hebt en baat kunt hebben bij uitgebreide slaapmonitoring. PSG’s worden meestal ’s nachts uitgevoerd in een slaaplaboratorium of ziekenhuis, waar een getrainde laborant je slaap kan volgen.7

    Thuisslaaptest (TST)

    Een TST kan comfortabel in je eigen bed worden uitgevoerd. Een thuisslaaptest meet je zuurstofsaturatie (de hoeveelheid zuurstof in je bloed), hartslag en luchtstroom, evenals de bewegingen van je borstkas en buik, en je slaaphouding. Zo wordt bepaald hoe vaak je per uur stopt met ademen of oppervlakkig ademt. Naar schatting wordt 60% tot 70% van de slaaponderzoeken uitgevoerd met behulp van thuistests.8

    Met een thuisslaaptest kan matig tot ernstig obstructief slaapapneu in ongeveer 90% van de gevallen betrouwbaar worden vastgesteld.9 Je arts kan een thuisslaaptest aanbevelen als je symptomen van een slaapstoornis hebt en er geen andere chronische medische aandoeningen bij je zijn vastgesteld.

    Naast AHI: aanvullende metingen

    Een slaaponderzoek levert meer informatie op dan alleen het vaststellen van een slaapstoornis. Het kan je ook helpen om meer over je lichaam te leren. De resultaten van een slaaponderzoek kunnen ook aanvullende metingen bevatten:

    • De zuurstofdesaturatie-index (ODI): geeft aan hoe vaak het zuurstofgehalte in het bloed tijdens één uur slaap onder het normale niveau daalt. Terwijl de AHI telt hoe vaak ademhalingsgebeurtenissen plaatsvinden,10 kan de ODI jou en je arts helpen begrijpen hoe een ademhalingsgebeurtenis je lichaam beïnvloedt.
    • De ademhalingsstoornisindex (RDI): het totale aantal apneus, hypopneus en andere ademhalingsgebeurtenissen tijdens een gemiddeld uur slaap. In tegenstelling tot de AHI omvat de RDI ook ademhalingsproblemen die niet als apneus of hypopneus worden geclassificeerd, maar die wel de slaapkwaliteit kunnen beïnvloeden.
    • De arousal-index: het gemiddelde aantal keren dat je tijdens een uur slaap wakker wordt, ook al is het maar kort. Deze ontwakingen kunnen leiden tot gefragmenteerde slaap.
    • De slaaphouding: deze kan ook invloed hebben op AHI-metingen. De bovenste luchtweg heeft meer de neiging om dicht te klappen wanneer je op je rug ligt.9,11 En dat kan leiden tot meer ademhalingsonderbrekingen en een hogere AHI-score.12

    AHI-resultaten begrijpen

    Hoewel de apneu-hypopneu-index (AHI) helpt bij het bepalen van de ernst van slaapapneu, moeten de diagnose en behandeling altijd onder toezicht van een arts plaatsvinden.

    De AHI heeft beperkingen.13 De waarde laat zien hoeveel apneus en hypopneus je hebt gehad, maar niet hoe lang ze duren, wat de invloed is op hartslag en zuurstofwaarden, of hoe intens de ontwakingen zijn. Scores kunnen ook variëren tussen slaapfasen en lichaamshoudingen. Daarnaast hebben vrouwen vaak lagere AHI-scores en andere symptomen dan mannen. Omdat deze verschillen soms over het hoofd worden gezien, is het belangrijk om te weten hoe slaapapneu zich bij jou kan uiten en om een arts te raadplegen als je je zorgen maakt.6

    Voor het bepalen van een passend behandelplan kijkt een arts naar het totaalbeeld. Daarbij wordt de AHI samen met het volgende beoordeeld:

    • Symptomen
    • Algemene gezondheid en medische voorgeschiedenis
    • ODI, RDI en andere metingen
    • Nachtelijke veranderingen in AHI-scores
     overvåke og behandle søvnapné

    De AHI gebruiken voor de behandeling en controle van slaapapneu

    De indeling van de ernst van slaapapneu kan artsen helpen om een behandelplan op te stellen, de effectiviteit ervan te monitoren en de behandeling zo nodig aan te passen.

    De AHI gebruiken om de behandeling te bepalen

    Behandelopties voor slaapapneu hangen onder meer af van de AHI-score. In het algemeen geldt:

    • Mondapparaten kunnen een optie zijn bij milde tot matige OSA.18
    • Therapie met continue positieve luchtdruk (CPAP) is de voorkeursbehandeling voor patiënten met matig tot ernstig obstructief slaapapneu.16
    • Een operatie kan worden overwogen als andere behandelingen niet werken.9
    • Veranderingen in de leefstijl, zoals afvallen, de slaaphouding aanpassen en stoppen met roken kunnen ook worden aanbevolen om symptomen van slaapapneu te helpen verminderen.22

    De behandeling van slaapapneu wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de patient,16 en je arts helpt je te bepalen welke behandelopties het meest geschikt zijn. Zelfs milde gevallen van OSA verdienen aandacht, vooral als er onderliggende gezondheidsproblemen of symptomen zijn die het dagelijkse leven verstoren.

    De AHI wordt ook door verzekeraars gebruikt om te bepalen of een behandeling wordt vergoed. De voorwaarden verschillen per verzekeraar en de vergoeding hangt vaak af van van de manier waarop een hypopneu in het slaaponderzoek is gedefinieerd.14

    Hoe behandeling de AHI beïnvloedt

    Behandelingen voor slaapapneu zijn erop gericht om de AHI naar gezondere niveaus te verlagen. Iedereen reageert anders op behandeling, maar in het algemeen geldt:

    • CPAP-therapie – een behandeling waarbij via een masker een zachte, constante luchtdruk wordt gegeven om je luchtwegen open te houden terwijl je slaapt – verlaagt de AHI gemiddeld met 86%.15,16
    • Mondapparaten die helpen om de luchtweg open te houden door de tong of kaak voorzichtig naar voren te bewegen, kunnen AHI-scores ook verlagen.17,18
    • Slaaphoudingstherapie (SPT) kan helpen om de AHI te verlagen bij mensen van wie de OSA verergert als zij op hun rug slapen. Maar het is niet zeker of het de algehele slaapkwaliteit verbetert.19

    De AHI gebruiken om het succes van de behandeling te meten

    Wanneer je met CPAP-therapie begint, zal je arts de drukinstellingen aanbevelen die het meest geschikt zijn voor jouw behandeling. Het doel is om de laagste druk te vinden die helpt om de luchtwegen open te houden en de AHI te verlagen.

    Moderne CPAP-apparaten verzamelen gegevens, zodat je arts de effectiviteit van de behandeling op afstand kan volgen. Veel apparaten kunnen ook worden gekoppeld aan apps waarmee je je AHI-gegevens kunt bekijken. Dat geeft meer inzicht in de voortgang van je behandeling en helpt je deze beter te volgen. Als je AHI-waarde verhoogd blijft, kan je arts de druk aanpassen voor een effectievere therapie. Sommige apparaten passen de druk automatisch aan op basis van je ademhalingspatronen.

    Je arts kan ook letten op verbetering van symptomen, zoals minder hoofdpijn in de ochtend, minder vaak snurken, meer energie overdag of minder dutjes,24 om te beoordelen of de CPAP-therapie werkt. Een succesvolle behandeling van OSA hangt vaak af van het consequent gebruiken van de CPAP.

    Bijzondere aandachtspunten bij het interpreteren van de AHI

    Veel factoren beïnvloeden hoe de apneu-hypopneu-index (AHI) wordt geïnterpreteerd, waaronder leeftijd. Zo wordt obstructief slaapapneu (OSA) bij kinderen bij lagere AHI-waarden dan bij volwassenen als ernstig beschouwd.

    Over het algemeen nemen AHI-scores toe met de leeftijd, hoewel oudere mensen hun symptomen mogelijk niet altijd nauwkeurig beschrijven. Dit kan ertoe leiden dat OSA bij mensen ouder dan 65 jaar minder vaak wordt vastgesteld.20 Oudere volwassenen hebben ook een hoger risico op hartaandoeningen, wat van invloed kan zijn op behandelbeslissingen.

    Gewichtsbeheersing kan een belangrijk onderdeel zijn van de behandeling van OSA bij mensen met overgewicht of obesitas. Gewichtsverlies kan leiden tot verbetering van AHI-scores,21 maar is geen op zichzelf staande genezing voor OSA. De behandeling werkt vaak beter wanneer gewichtsbeheersing wordt gecombineerd met therapieën zoals CPAP.

    Als je vragen hebt over je AHI-score of de betekenis ervan voor je gezondheid, bespreek dat dan gerust met je arts.

    Deze blogpost bevat algemene informatie over medische aandoeningen en behandelingen. De inhoud is niet bedoeld als vervanging voor professioneel medisch advies, diagnose of behandeling. De verstrekte informatie vormt geen medisch advies en mag niet als zodanig worden beschouwd. Je mag niet vertrouwen op de informatie op deze website als alternatief voor het medisch advies van je arts of een andere gekwalificeerde zorgverlener.

    Als je specifieke vragen hebt over een medisch onderwerp, raadpleeg dan je arts of een andere zorgprofessional. Als je vermoedt dat je een medische aandoening hebt, moet je onmiddellijk medische hulp zoeken. Je mag nooit uitstellen om medisch advies in te winnen, medisch advies negeren of een behandeling stopzetten vanwege informatie op deze website.

    De meningen die op deze blog en website worden geuit, staan los van die van universiteiten, ziekenhuizen, praktijken of andere instellingen waarmee de auteurs verbonden zijn. Ze weerspiegelen ook niet rechtstreeks de standpunten van Resmed of van haar dochterondernemingen of gelieerde ondernemingen.

    Een afbeelding op deze pagina is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) en is uitsluitend bedoeld ter illustratie. Deze geeft mogelijk geen getrouwe weergave van daadwerkelijke producten, diensten, personen, locaties of gebeurtenissen en dient niet te worden beschouwd als een feitelijke of documentaire weergave.

    Referenties:
    1. Pevernagie DA, et al. On the rise and fall of the apnea-hypopnea index: a historical review and critical appraisal. J Sleep Res. 2020;29(4):e13066. doi:10.1111/jsr.13066. https://doi.org/10.1111/jsr.13066
    2. Malhotra A, Ayappa I, Ayas N, et al. Metrics of sleep apnea severity: beyond the apnea-hypopnea index. Sleep. 2021;44(7):zsab030. doi:10.1093/sleep/zsab030. https://doi.org/10.1093/sleep/zsab030
    3. Sleep Apnea – What Is Sleep Apnea? NHLBI, NIH. https://www.nhlbi.nih.gov/health/sleep-apnea
    4. Central sleep apnea. National Library of Medicine. (updated 2023). https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK578199/
    5. Solano-Pérez E, et al. Diagnosis and treatment of sleep apnea in children: a future perspective is needed. Children (Basel). 2023;10(6):1027. doi:10.3390/children10061027. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10296156/
    6. Wimms AJ, et al. Continuous positive airway pressure versus standard care for the treatment of people with obstructive sleep apnea and cardiovascular disease: a randomized controlled trial. Biomed Res Int. 2016;2016:6498257. doi:10.1155/2016/6498257. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27699167/
    7. Kapur VK, Auckley DH, Chowdhuri S, et al. Clinical practice guideline for diagnostic testing for adult obstructive sleep apnea: an American Academy of Sleep Medicine clinical practice guideline. J Clin Sleep Med. 2017;13(3):479-504. doi:10.5664/jcsm.6506. https://doi.org/10.5664/jcsm.6506
    8. Corliss J. Worried about sleep apnea? Home-based testing is now the norm. Harv Health Blog. 2020. https://www.health.harvard.edu/blog/worried-about-sleep-apnea-home-based-testing-is-now-the-norm-2020082120783
    9. Zancanella E, do Prado LBF, de Carvalho LBC, et al. Home sleep apnea testing: an accuracy study. Sleep Breath. 2022;26(1):117-123. doi:10.1007/s11325-021-02372-6. https://doi.org/10.1007/s11325-021-02372-6
    10. Sharma P, Thakur S, Rai DK, Karmakar S, H A. Connecting the dots: analysing the relationship between AHI and ODI in obstructive sleep apnea. Sleep Sci Pract. 2024;8:9. doi:10.1186/s41606-024-00102-x. https://doi.org/10.1186/s41606-024-00102-x
    11. Menon A, et al. Obstructive sleep apnea: current perspectives. Otolaryngol Clin North Am. 2013;46(6):933-949. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3817704/
    12. Wojciech K. Obstructive sleep apnea and cardiovascular risk. Diagnostics (Basel). 2022;12(5):1135. doi:10.3390/diagnostics12051135. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9139663/
    13. Won CHJ. When will we ditch the AHI? J Clin Sleep Med. 2020;16(6):979-980. doi:10.5664/jcsm.8594. https://doi.org/10.5664/jcsm.8594
    14. Won CHJ. The apnea-hypopnea index: not all that it’s cracked up to be. J Clin Sleep Med. 2020;16(6):979-980. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8034221/
    15. Patil SP, et al. Treatment of adult obstructive sleep apnea with positive airway pressure: an American Academy of Sleep Medicine clinical practice guideline. J Clin Sleep Med. 2019;15(2):335-343. doi:10.5664/jcsm.7640. https://doi.org/10.5664/jcsm.7640
    16. Patel, S. et al. Continuous positive airway pressure therapy for treating sleepiness in a diverse population with obstructive sleep apnea: results of a meta-analysis. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12622603/
    17. Skalna M, et al. Obstructive sleep apnea and hypertension: pathophysiologic and therapeutic links. Med Sci Monit. 2019;25:1161-1169. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6346846/
    18. Dieltjens M, Vanderveken OM. Oral appliances in obstructive sleep apnea. Sleep Med Clin. 2019;14(1):99-112. doi:10.1016/j.jsmc.2018.10.006. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6956298/
    19. Gao Y, et al. Association between obstructive sleep apnea and cardiovascular outcomes: a systematic review. Front Med (Lausanne). 2025;12:11830591. doi:10.3389/fmed.2025.11830591. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11830591/
    20. Ernst G, et al. Continuous positive airway pressure and blood pressure in obstructive sleep apnea: a systematic review. Sleep Sci. 2019;12(4):277-286. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6932834/
    21. Malhotra A, et al. Long-term outcomes of obstructive sleep apnea and its treatment. Sleep Med. 2025;113:307-322. doi:10.1016/j.sleep.2024.05.017. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11330732/
    22. Kaleelullah R, Nagarajan P. Cultivating lifestyle transformations in obstructive sleep apnea. J Family Med Prim Care. 2021;10(2):806-812. doi:10.4103/jfmpc.jfmpc_1722_20. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7920220/
    23. Malhotra A, et al. Clinical presentation and diagnosis of obstructive sleep apnea in adults. UpToDate. Updated 2025. https://www.uptodate.com/contents/clinical-presentation-and-diagnosis-of-obstructive-sleep-apnea-in-adults
    24. Fujita S, et al. Respir Investig. 2024. doi:10.1016/S2212-5345(24)00079-0. https://doi.org/10.1016/S2212-5345(24)00079-0
    25. Sateia, Michael J. “International Classification of Sleep Disorders-Third Edition: Highlights and Modifications.” Chest, vol. 146, no. 5, Nov. 2014, pp. 1387–1394. https://doi.org/10.1378/chest.14-0970

    Ontvang het laatste nieuws van Resmed

    Beantwoord de vraag hieronder

    Beantwoord de vraag hieronder

    Door op “Verzenden” te klikken, gaat u akkoord met de verwerking van uw gegevens door Resmed voor de behandeling van uw aanvraag. Raadpleeg ons privacybeleid voor meer informatie.