Hoe wordt de AHI geïnterpreteerd?
Bij het interpreteren van onderzoeksresultaten voor slaapapneu is het belangrijk om te begrijpen hoe metingen zoals de AHI worden verzameld en gemeten.
Hoe slaaponderzoeken de AHI meten
Een slaaponderzoek is meer dan alleen een hulpmiddel om slaapapneu vast te stellen – het geeft een beter beeld van je gezondheid door informatie te verzamelen over bijvoorbeeld zuurstofwaarden, hartslag, hersengolven en ademhalingspatronen terwijl je slaapt.
Slaaponderzoeken, ook wel slaaptesten genoemd, kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd, afhankelijk van wat je arts het meest geschikt vindt. Je arts kan een slaaponderzoek in een slaaplaboratorium aanbevelen als je een complexere medische voorgeschiedenis hebt en baat kunt hebben bij uitgebreide slaapmonitoring. Zulke slaaptesten worden meestal ’s nachts in een laboratorium uitgevoerd, waar een getrainde laborant je slaap kan volgen.7 Een andere mogelijkheid is een thuisslaaptest of TST. De TST verzamelt gegevens terwijl je in je eigen bed slaapt en stuurt die informatie naar je arts.
Slaaponderzoek in een laboratorium met polysomnografie (PSG)
Een slaaponderzoek in een laboratorium, ook wel een polysomnogram (PSG) genoemd, is een uitgebreide test waarbij hersengolven, het zuurstofgehalte in het bloed, de hartslag, de ademhalingsfrequentie en de bewegingen van ogen en ledematen worden gemeten. Hiermee wordt vastgesteld hoe vaak je per uur stopt met ademen of oppervlakkig ademt. Ook kunnen slaapstoornissen worden opgespoord. Je arts kan een slaaponderzoek in een laboratorium aanbevelen als je een complexere medische voorgeschiedenis hebt en baat kunt hebben bij uitgebreide slaapmonitoring. PSG’s worden meestal ’s nachts uitgevoerd in een slaaplaboratorium of ziekenhuis, waar een getrainde laborant je slaap kan volgen.7
Thuisslaaptest (TST)
Een TST kan comfortabel in je eigen bed worden uitgevoerd. Een thuisslaaptest meet je zuurstofsaturatie (de hoeveelheid zuurstof in je bloed), hartslag en luchtstroom, evenals de bewegingen van je borstkas en buik, en je slaaphouding. Zo wordt bepaald hoe vaak je per uur stopt met ademen of oppervlakkig ademt. Naar schatting wordt 60% tot 70% van de slaaponderzoeken uitgevoerd met behulp van thuistests.8
Met een thuisslaaptest kan matig tot ernstig obstructief slaapapneu in ongeveer 90% van de gevallen betrouwbaar worden vastgesteld.9 Je arts kan een thuisslaaptest aanbevelen als je symptomen van een slaapstoornis hebt en er geen andere chronische medische aandoeningen bij je zijn vastgesteld.
Naast AHI: aanvullende metingen
Een slaaponderzoek levert meer informatie op dan alleen het vaststellen van een slaapstoornis. Het kan je ook helpen om meer over je lichaam te leren. De resultaten van een slaaponderzoek kunnen ook aanvullende metingen bevatten:
- De zuurstofdesaturatie-index (ODI): geeft aan hoe vaak het zuurstofgehalte in het bloed tijdens één uur slaap onder het normale niveau daalt. Terwijl de AHI telt hoe vaak ademhalingsgebeurtenissen plaatsvinden,10 kan de ODI jou en je arts helpen begrijpen hoe een ademhalingsgebeurtenis je lichaam beïnvloedt.
- De ademhalingsstoornisindex (RDI): het totale aantal apneus, hypopneus en andere ademhalingsgebeurtenissen tijdens een gemiddeld uur slaap. In tegenstelling tot de AHI omvat de RDI ook ademhalingsproblemen die niet als apneus of hypopneus worden geclassificeerd, maar die wel de slaapkwaliteit kunnen beïnvloeden.
- De arousal-index: het gemiddelde aantal keren dat je tijdens een uur slaap wakker wordt, ook al is het maar kort. Deze ontwakingen kunnen leiden tot gefragmenteerde slaap.
- De slaaphouding: deze kan ook invloed hebben op AHI-metingen. De bovenste luchtweg heeft meer de neiging om dicht te klappen wanneer je op je rug ligt.9,11 En dat kan leiden tot meer ademhalingsonderbrekingen en een hogere AHI-score.12
AHI-resultaten begrijpen
Hoewel de apneu-hypopneu-index (AHI) helpt bij het bepalen van de ernst van slaapapneu, moeten de diagnose en behandeling altijd onder toezicht van een arts plaatsvinden.
De AHI heeft beperkingen.13 De waarde laat zien hoeveel apneus en hypopneus je hebt gehad, maar niet hoe lang ze duren, wat de invloed is op hartslag en zuurstofwaarden, of hoe intens de ontwakingen zijn. Scores kunnen ook variëren tussen slaapfasen en lichaamshoudingen. Daarnaast hebben vrouwen vaak lagere AHI-scores en andere symptomen dan mannen. Omdat deze verschillen soms over het hoofd worden gezien, is het belangrijk om te weten hoe slaapapneu zich bij jou kan uiten en om een arts te raadplegen als je je zorgen maakt.6
Voor het bepalen van een passend behandelplan kijkt een arts naar het totaalbeeld. Daarbij wordt de AHI samen met het volgende beoordeeld:
- Symptomen
- Algemene gezondheid en medische voorgeschiedenis
- ODI, RDI en andere metingen
- Nachtelijke veranderingen in AHI-scores